"Uppiginta ruchi illa, tayiginta bhanduvilla"
"Er is geen smaak beter dan zout, geen familielid dichter dan je Ouders..."

Zijn vrouw

Vader is in het huwelijk getreden met Rosa Coppenolle.

Moeder is geboren te Aartrijke, op 10 augustus 1914.
Zij is de dochter van wijlen Alidor Coppenolle (10/12/1888 - 21/02/1966)
en wijlen Marie Lingier (03/09/1901 - 11/06/1976) .

Het burgerlijk huwelijk heeft zich voltrokken op 30 september 1949, terwijl het kerkelijk huwelijk heeft plaatsgevonden op 1 oktober 1949.

Moeder was dus 21 jaar toen ze huwde, Vader was 35 jaar. Een leeftijdsverschil van 14 jaar die in die tijd nog niet zo ongewoon was (Moeder's vader en moeder hadden een leeftijdsverschil van 13 jaar, Vader's vader en moeder een leeftijdsverschil van 9 jaar).

's Morgens was Vader nog druk in de weer op het veld, in late avond (19u30) trouwden ze in de kerk van Aartrijke.

Ze hebben anderhalf jaar ingewoond bij een tante van Vader, tante Julie. Dit was tevens ook de grootmoeder ("Metje") van mijn Moeder. Vader en Moeder waren dus familie van elkaar in de 5de graad. Zie afbeelding hieronder:

Stamboom Vader - Moeder

Tijdens hun eerste huwelijksjaar, hielp Moeder op de boerderij (grootte: 3 koeien) van Tante Julie. Vader sprong ook bij indien de tijd het toeliet.

In 1951 zijn ze naar Wijnendale gekomen (toen nog Wijnendale-Ichtegem) en hebben ze toen een huis gekocht met nog 2 bijhorende kopen bouwgrond, die Vader de rest van zijn actieve leven heeft bebouwd met allerhande groenten die als voedsel voor zijn kroostrijk gezin dienden. Dit was in de Smissestraat, nr. 13. Thans is het Smissestraat 98 geworden en sedert de fusie in 1976 ook deel uitmakend van Torhout (dus: Wijnendale-Torhout).

Toen ze volledig op eigen benen stonden in Wijnendale, heeft Vader de eerste winter gewerkt bij Henri Vancouillie, een buizenlegger. Die ging de akkers van de boeren draineren, toen nog een zwaar handwerk. Vader was zeer handig met de spade en moest daardoor steeds als laatste man door de greppels, om de bodem van die greppels mooi te effenen en die ook de goede afwateringshelling te geven. Een kunst op zich.

Nadien is hij in dienst getreden bij Valère Kemel, een handelaar in veevoeders uit Torhout. Daar heeft hij 12 jaar lang met de paarden (zijn lievelingsdieren) menig landbouwersbedrijf van veevoeders voorzien. Ook langere reizen, bijvoorbeeld naar de meststoffenfabriek UCB in Zandvoorde om kunstmest op te halen, stonden op de agenda.

Pas later, in 1962, is de eerste vrachtwagen op het bedrijf gekomen. Vader had nog nooit achter het stuur van een auto gezeten, laat staan van een vrachtwagen. Toch was het een goede en voorzichtige chauffeur, waar ook ik mijn rijopleiding/rijevaring aan heb te danken.

Uiteindelijk heeft de vrachtwagen (een Engelse Bedford) de paarden volledig vervangen. Ik herinner me nog de nummerplaat van de vrachtwagen: CA268. Dit staat voor de rest van mijn leven in mijn geheugen gegrift.

Vader is in dienst gebleven bij Valère Kemel tot in september 1974, 24 jaar en een half dus.

Ik herinner me nog heel levendig de vakanties die ik met Vader in "de camion" heb doorgebracht. Hete zomers, ijskoude winters (een chauffage in de vrachtwagen was toendertijd nog geen evidentie...). Een memorabele periode, nu niet meer denkbaar.

Daarna is hij een jaar bij een andere veevoeder handelaar gaan werken, Ingelbrecht uit Aartrijke. Dit is hem niet goed bevallen en is dan het jaar daarop op brugpensioen (prepensioen???) kunnen gaan. We zijn dan 1975.

Vader heeft dus het geluk gehad om nog 31 jaar na zijn pensionering samen met Moeder door te brengen. Bijna een half leven...

Zij hadden ook dieren. Ik heb nog weet van kippen en varkens, maar da's heel lang geleden. Ook konijnen (later dan) hebben ze nog (heel intensief zelfs) gekweekt. Ook voor het voedsel van de dieren was er plaats voorzien op het land, om bijv. "schieters" te telen (soort kolen die diende als konijnenvoer).

Vader vertelde me ook dat hij in 1953 het "kiekenkot" heeft laten aanbouwen aan het huis. Maar da's lang voor mijn tijd...

Ik heb wel geweten dat er een "hennenpark" was, met een hoge afsluiting en een groot hekken, waar zich nu nog altijd het "koolkot" bevindt. Later heeft dit hennenpark plaats moeten maken voor een garage. In 1969 immers, hebben ze hun eerste auto gekocht (Opel Kadett) en die moest ook een onderdak hebben.

Ik heb Vader en Moeder jarenlang samen weten werken op het land, allemaal in het belang van hun kinderen. Aardappelen telen en rooien, erwten uitdoen, bonen trekken en "toppen", spruiten kweken, wortelen, spinazie, sla, rode kool, bloemkool, witte kool, prei,... teveel om op te noemen.

En dat allemaal naast hun dagelijkse meer-dan-volle taak die ze beiden dan reeds hadden.

Echter... Beetje bij beetje begon Wijnendale te veranderen.

Het is begonnen met de verdwijning van de weide naast hun woning. Ikzelf heb niets anders geweten dan die weide, vóórdat deze een andere bestemming zou krijgen. De talrijke koeien die erin rondliepen te grazen, herinner ik me nog zeer levendig. We hebben verschillende keren zitten ravotten tussen die beestjes.

Na de verdwijning van de weide is het stuk grond een tijdlang gebruikt geweest door groententelers, om er allerlei soorten groenten op te kweken. Toen hadden we nog een prachtig vergezicht tot aan "de grote baan", zoals dit ons altijd is gezegd geweest. De "grote baan" was in werkelijkheid de Oostendestraat, het stukje net vóór de Diksmuidebaan .

Later (1980) is er een woning opgetrokken op dat stuk grond (zoon van de eigenaar heeft daar een huis neergepoot) en is het vergezicht jammer genoeg voorgoed verloren gegaan.

Recht tegenover ons ouderlijke huis was ook een boerderij. Er stond een afspanning met betonnen platen, waarachter zich een wei bevond. Daar stond ook een mooie, oude notelaar. Echter, toen de boer (= eigenaar) overleed, is de boerderij verkocht geweest en het ganse grondbezit (enkele hectaren) is verkaveld. Het lijkt in niets meer op wat het is geweest. Ook de oude notelaar heeft het niet overleefd...

Wijnendale was aan het veranderen. In ijltempo dan nog wel. Een dorpje dat jaren gespaard is gebleven van de materiële vooruitgang, moest er uiteindelijk toch aan geloven.

Nu is er vóór het ouderlijke huis een volledig nieuwe wijk ingepland. De charmes van weleer zijn voorgoed verdwenen...