" Pitru devo bhava "
" Vereer je Vader als God "

Het begin

Vader is geboren te Aartrijke, op 10 augustus 1914.

Hijj was de zoon van Camiel Vancompernolle (16/02/1881 - 19/11/1959)
en wijlen Adronie Hoverbeke (10/05/1891 - 29/11/1970).

Hij stamde uit een kroostrijk gezin, die 15 kinderen telde. Je kan een overzicht van de familie zien, door hier te klikken.

Vader is opgegroeid op een boerderij langs de "Boutensdreef", nabij de spoorweglijn Torhout-Brugge. Het ouderlijke huis staat er nog altijd, weliswaar in een ietwat gewijzigde vorm.

Er is intussen ook een nieuwbouw op het erf bijgekomen. Vader is nog met Gilbert een bezoek gaan brengen naar zijn ouderlijke huis, enkele maanden terug. Vader herkende nog altijd de grote lijnen van de "boerhofstee", zoals hij een boerderij altijd noemde.

Daarna is de familie van Vader verhuisd naar een boerderij langs de Oude Gentweg, ergens halverwege. De boerderij lag een gans stuk landinwaards en de velden en weiden reikten tot aan de straat. Vader heeft daar gewoond tot aan zijn huwelijk met Moeder, in 1949.

Op de leeftijd van 14 jaar is Vader van school weggegaan. Hij was echter een zeer verstandig en intelligent persoon. Getuige daarvan is het feit dat Vader in de lagere school 1 jaar heeft "overgeslagen" en ook het feit dat Vader op de leeftijd van 14 jaar de kans had om met hulp van het "Fonds voor de Meestbegaafden" verder te studeren. Iets wat maar weinigen was gegeven en voor weinigen was weggelegd. Hij kon verder studeren voor wat hij maar wilde.

Echter, zijn voorliefde voor de paarden was op dat moment groter.  Daarbij heeft zijn vader er alles aan gedaan om Vader te overhalen thuis te blijven om op de boerderij te werken. Dat heeft hij dan ook gedaan en jammer genoeg de studies laten varen.

Op de leeftijd van 16 jaar is Vader dan bij enkele boeren gaan werken, iets wat in die tijd gans normaal was. Ze hadden een dagloon, met "kost en inwoonst". Dit betekende dat Vader 's maandags van thuis vertrok met de fiets, naar de boerderij waar hij moest gaan werken en pas de zaterdagavond terug thuis kwam.

Zijn eerste boerderij was de boerderij van Jan Damme. Hij was daar zeer graag, maar na een tijd had Jan voor zijn zoon een boerderij gekocht in Gits en Vader moest mee naar daar. Zeer tegen zijn zijn, verliet hij dan ook de boerderij van vader Jan Damme.

Een tijdje later heeft hij ook die boerderij verlaten om naar Beveren te trekken bij granenhandelaar Verstraete. Hij heeft daar in totaal 9 jaar gewerkt. Het waren toen ook de oorlogsjaren en veel kansen om iets anders te doen, had men niet. Weigeren van werk kon resulteren in een deportatie naar Duitsland en uiteraard wilde geen enkel rechtgeaard mens dit. Vader heeft wel verschillende keren op zijn tanden moeten bijten tijdens zijn verblijf bij Verstraete, maar had geen andere keus.

De vrouw van Verstraete, Maria, was een beter mens in die zin, dat ze wel degelijk het "werkvolk" naar behoren behandelde. Ook daar had Vader kost en inwoon en een dagloon.  De maaltijden en slaapplaatsen moesten van de bazin door de meid altijd tip top in orde zijn voor diegenen die daar werkten. Vader heeft me nog verteld dat de meid onder haar voeten kreeg, omdat de bedden niet op tijd of niet deftig genoeg waren opgemaakt.

Verstraete zelf was, waarschijnlijk zoals zovelen in die tijd, een profiteur. De dagen van Vader waren van 7 uur 's morgens tot 7 uur 's avonds, maar menigmaal stippelde Verstraete een late rit uit voor Vader, waarbij Vader onmogelijk om 7 uur 's avonds terug thuis kon zijn. Al de uren na 7 uur werden niet gecompenseerd en waren dus gratis werkuren voor Verstraete zelf. Want 's anderendaags 's morgens begon de mallemolen opnieuw om 7 uur en geen seconde later. Zo zie je maar dat men vroeger, nog meer dan nu, heel veel van de werkmensen heeft geprofiteerd. En dan maar als baas de mooie man maken op het zweet van een ander...

Zijn baas "blauwde" ook tabak tijdens de oorlog en op een nacht heeft Vader met eigen ogen gezien hoe een illegale lading tabak werd gelost en verborgen voor de Duitsers.  Een tijd later dreigde Verstraete ermee Vader via de Duitsers naar een werkkamp te sturen, omdat Vader niet direct handelde naar de zin van Verstraete.  Toen Vader uitbracht dat Verstraete dat mocht doen, maar dat hij dan het verhaal van de "geblauwde" tabak zou kenbaar maken aan de Duitsers, wist Verstraete plots niet meer waar hij stond.  Zo hoog dat hij net voordien van de toren aan het blazen was, zo laag zat hij tegen de grond toen hij de dreiging van Vader hoorde.  Poets wederom poets, zoals men spreekwoordelijk zegt.  Maar ondertussen had Vader wel een stevige stok achter de deur en is Verstraete een serieus toontje lager gaan zingen.

Maar zoals reeds gezegd: het was toen oorlog en veel keuze was er niet. Men moest het lot ondergaan, anders wachtte een nog slechtere werkomgeving in het Duitsland van toen...

Vader is vele jaren later nog heel dikwijls teruggekeerd naar Beveren, toen hij met Gilbert ieder jaar ging kijken naar de koers.  Dit bracht vele herinneringen naar boven, goede maar ook slechte...  Vooral het weerzien van "oude bekenden" deed Vader veel deugt...  Van de koers zelf, had hij uiteraard niet veel (of helemaal niets) gezien, maar dat was voor hem dan ook totaal ondergeschikt...

Nog tijdens de oorlogsjaren is Vader op een dag gevlucht naar het Franse Boulogne met de fiets. Hij vluchtte samen met een broer, om aan de Duitsers te ontsnappen.

Hij was op weg naar Boulogne en daar aangekomen, wipten ze ergens binnen om wat te drinken. Eénmaal terug buiten, bleek de nieuwe fiets van Vader gestolen te zijn.

Hij heeft dan maar zelf ook een andere fiets genomen om verder te kunnen gaan. Zo zie je maar dat een ongeluk nooit alleen komt. Miserie in de miserie...

Intussen was de oorlog voorbij en zaten we in de late jaren '40. Het is in die periode dat Vader Moeder heeft leren kennen en uiteindelijk heeft dit op 30 september 1949 geleid tot het huwelijk tussen beide.

Vader en Moeder hebben het eerste anderhalf jaar van hun huwelijk ingewoond bij "metje" (Tante Julie), de zus van Moeder's moeder. Intussen was hun eerste kind, Rita, geboren.

Dit inwonen kan echter niet als een groot succes beschouwd worden, waarna Vader de beslissing nam om een huis te kopen in het vredige Wijnendale, aan de spoorwegbrug. En zo geschiedde, dat Vader en Moeder voor de rest van hun leven in het toen nog liefelijke en pittoreske Wijnendale zijn gaan wonen.

Het is ook in die tijd dat Vader eerst nog een winter drainagebuizen is gaan leggen.  Toen werkte hij voor Henri Vancoillie, iemand van Torhout ('t Hoge).  Iedere dag reed Vader door weer en wind naar Stene, waar de werken moesten worden uitgevoerd.

Na die eerste winter is hij dan aan de slag gegaan bij Valere Kemel, een veevoederhandelaar uit Torhout.  Daar heeft hij gewerkt tot oktober 1974, bijna 25 jaar.  Eerst nog met paard en kar, tot in 1962 de vrachtwagen zijn intrede deed.  Het was een Bedford TJ J3, met een dieselmotor van 65 pk.  Hierbij een foto van het model:


Bedford, model TJ J3

De vrachtwagen had een rode kleur en een witte grill vooraan.  Hij had ook nog van die kenmerkende "stokken" op de wielbumpers.  De bedoeling van die stokken was te weten of je met de vrachtwagen ergens door kon.  Indien die stokken niet haperden, dan kon je gegarandeerd passeren.  In het andere geval zou je waarschijnlijk wel een en ander van de vrachtwagen afrijden (spiegels, bijvoorbeeld).  Hierbij nog een rode variant (maar ook weer zonder de typische stokken van toen):

Bedford TJ J3, rode uitvoering.

De laadbak had twee openklappende deuren aan iedere zijde en ook nog een openklappende deur achteraan.  In het midden waren de twee staven met elkaar verbonden door middel van een ketting, om ervoor te zorgen dat de staven het niet begaven bij een volle lading.

Zelfs het chassis bestond nog uit houten balken (of op zijn minst versterkt ermee).  Je kan je inbeelden hoelang dit moet geleden zijn...

Ik herinner me nog goed dat die lichte vrachtwagen een maximum laadvermogen had van 3650kg, maar die werd meestal "overladen" tot 4000kg.  Dit gebeurde vooral, toen Vader naar veevoederfabrikant Debaillie in Roeselare moest.  Toen hij geladen was, stopte hij om de leveringsbons "aan te passen", zodat het gewicht altijd perfect overeenkwam met het maximum toegelaten laadgewicht van de vrachtwagen.  Ik zie Vader nog altijd krabben met een mesje op de leveringsbon en hier en daar wat gewicht aan te passen, om in orde te zijn, mocht er controle zijn onderweg van de voederfabriek naar huis...  Dit zijn onvergetelijke momenten.

Ik zou een ganse boek kunnen schrijven van de belevenissen die ik gelukkiglijk heb kunnen meemaken in de vrachtwagen van Vader.  Ik heb het onmetelijke geluk gehad om een 2-tal jaar met Vader op de kunnen trekken met de vrachtwagen (tijdens alle schoolvakanties), van zeer hete periodes tot ijskoude periodes (een verwarming in de vrachtwagen bestond toen nog niet!!!).

Vader heeft met die vrachtwagen 165000km gedaan, meestal heel korte afstanden.  De langste ritten die ik me herinner, waren naar de kunstmestfabrieken UCB te Zandvoorde en naar Talpe in Ieper.  Al de andere ritten waren dicht bij huis.

De nummerplaat van de vrachtwagen zal ik ook nooit vergeten: CA268.  Net zoals de nummerplaat van de auto's van Valere Kemel zelf: 8M004.  Die reed meestal met wat men noemde "Amerikaanse sleën": Plymouth enzomeer...  Kwestie van status, zeker...

Vader reed in de beginne naar zijn werk in Torhout met zijn bromfiets:  een Superia die hij had gekocht in de jaren '50.  Toen hij in 1969 zijn eerste auto kocht, een Opel Kadett A, had hij 12 jaar met zijn bromfiets gereden.  De auto was tweedehands en kwam van garage Bevernagie, langs de Noordlaan te Torhout.

Een originele foto van die eerste auto heb ik niet, maar hieronder vindt je wel een foto van het model van die Opel Kadett A:

Opel Kadett A

Het was ook een witte uitvoering, quasi identiek aan het model op bovenstaande foto.

Hieronder zie je de achterkant van een Opel Kadett A:

Opel Kadett A - Achterzijde

De nummerplaat?  Jazeker, die weet ik ook nog heel goed uit het hoofd: 73VU8.

Waar is de tijd dat Vader iedere avond achterwaarts zijn auto binnenreed in de garage, die speciaal voor de auto in 1969 werd gebouwd. Waar is ook de tijd dat we 's morgens mochten meerijden van in de garage tot aan de achterdeur. Slechts een 5-tal meter, maar voor ons was dit een ongeloofelijke ervaring...  De jeugd van vandaag zou daar alleszinds niet meer mee geplezierd zijn!

Vader heeft met zijn Opel Kadett A gereden tot in het jaar 1978.  Dan heeft hij hem een spiksplinternieuwe Opel Kadett C gekocht, een model gelijkaardig aan dit hieronder:

Opel Kadett C

Daar heeft hij een 14-tal jaar mee gereden, tot in 1992.  Dan heeft hij zich een tweede spiksplinternieuwe auto gekocht, maar ditmaal geen Opel meer (garage Bevernagie was intussen failliet gegaan...).  Het was een Toyota Starlet, afkomstig van garage Muylaert, eveneens in Torhout.

Daar heeft hij dan mee gereden tot in 2005 (en verkocht in 2006).

Intussen waren Vader en Moeder al in 't Rozenhof in Brugge en hadden ze hun geliefkoosde Wijnendale moeten achterlaten.  En ook daar is de tijd niet meer blijven stilstaan... Wijnendale is ook aan een "facelift" bezig en is in niets meer te vergelijken met wat het was in onze prachtige jeugdjaren.  Alleen de mooie herinneringen zullen blijven en ooit heeft Wim Sonnevelt met het liedje "Het Dorp" op een prachtige manier bezongen hoe een omgeving bijna hartverscheurend kan veranderen en in niets meer gelijkt op wat het was.  Maar zoals hij het bezingt:

"Ik was een kind en wist niet beter
Dan dat 't nooit voorbij zou gaan"

Vader en Moeder hebben er in 1950 hun intrek genomen in het huis aan de brug, op de hoek van de Smissestraat en de Spoorwegstraat.  We zijn er met z'n allen grootgebracht, hebben er allemaal onze volledige jeugd doorgebracht, met de koeien naast de deur, de boerderij voor de deur, de enorm grote moestuin van Vader nog fris in onze gedachten, enzovoort, enzovoort....

Ze zijn er gebleven tot op het einde van het dramatische jaar 2005...